Mees

Mees

Toxopeus en de Insulinde

Mees ToxopeusOostmahorn is onlosmakelijk verbonden met de namen van het revolutionaire reddingsschip Insulinde en Mees Toxopeus (1886-1974), de karaktervolle eerste schipper van deze boot.
In oktober 1921 vonden er een aantal dramatische ongelukken met Nederlandse reddingboten plaats waarbij veel opvarenden om het leven kwamen. Ook krachtige motoren, waterdichte compartimenten, luchtkisten en een geoefende bemanning boden blijkbaar onvoldoende garantie voor absolute veiligheid. Mees Toxopeus (sinds 1917 reddingsschipper, standplaats Rottumeroog) vond de reddingboten te breed. In zijn visie moesten zij smaller worden, met een zwaardere kiel en een ketelvormige romp, die benedendeks bestuurbaar was. ‘Een soort duikboot boven water’ schreef hij de reddingmaatschappij. Hij had zijn ideeën besproken met de Groninger scheepsbouwer Jan Niestern. Deze bedacht een kieptank aan stuurboordzijde, die bij een gekapseisde boot volliep en ervoor zorgde dat het vaartuig zich door de zware kiel weer kon oprichten. Mees Toxopeus tipte de reddingmaatschappij.

Zelfoprichtende reddingboot

De Insulinde werd het eerste zelfoprichtende schip ter wereld en kon gebouwd worden dankzij een geldelijke schenking van vele Nederlanders in Nederlandsch-Indië, het land van vele eilanden dat deswege ook wel ‘Insulinde’ werd genoemd. Mees Toxopéus was bestemd om schipper te worden van de boot. Hij was van aanvang af bij de bouw aanwezig en gaf herhaaldelijk waardevolle praktische wenken.

Binnen het internationale reddingwezen werden vraagtekens geplaatst bij de voor- en nadelen van de Insulinde. Uiteindelijk bewees de praktijk de grote waarde van het schip. In 1929 werd het zusterschip Neeltje Jacoba gebouwd voor het reddingstation IJmuiden. De ervaringen met de Insulinde werden hierin verwerkt. In Nederland zouden voortaan geen reddingboten meer vergaan. In andere landen helaas nog wel.

Museumstuk

Vanaf het voorjaar van 1927 tot 1969 heeft de Insulinde 341 tochten gemaakt, meestal in zeer slecht weer met hoge zeeën. In totaal werden met dit schip 332 mensen gered. Begin jaren zeventig kocht het Amsterdamse Scheepvaart Museum de reddingboot. In 2005 draagde dit museum de boot over aan het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers in Den Helder. Hier ligt de Insulinde tegenwoordig aan de museumsteiger aan de Binnenhaven.

Sterk karakter

Mees Toxopeus was niet alleen een uitstekende zeeman met kijk op schepen. Hij gaf ook blijk van een buitengewoon sterk karakter. Alle rassen- of nationaliteitsvooroordelen zijn hem, als het om de redding van een mens in nood ging, altijd vreemd geweest. Hij heeft nooit gevraagd wie er in nood zat; hij heeft alleen maar gevraagd of ze in nood zaten en waar dat dan was. En dan ging hij, dwars door het ziedend geweld van wind en golven heen. In totaal heeft hij 285 mensen veilig en behouden weer aan wal gebracht. Hij zette door, ook al raakte de bemanning oververmoeid.

De langdurige tochten in loeiende stormen aan boord van een hevig slingerende en stampende motorreddingboot was uiterst vermoeiend voor de bemanning. Na vele uren verzwakte logischerwijs hun psychisch weerstandsvermogen. Alleen zeer sterke figuren met groot verantwoordelijksgevoel zullen een uitzichtsloos lijkende poging om een in nood verkerend schip – waarvan de positie onbekend is – op te sporen pas opgeven, als de kans op succes met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is verkeken. Tot deze categorie behoorde Mees Toxopeus. Op een van deze lange, vergeefse en voor de redders ontmoedigende tochten waagde zijn stuurman, die al tien uur naast hem achter de stuurkap stond, de opmerking te maken: ‘Ik denk dat we wel terug kunnen varen, dit schip zullen wij toch niet kunnen vinden’. Toxopeus beet zijn tanden op elkaar en zei afgebeten: ‘Denken kunnen wij allemaal, maar ik moet het weten’ (bron: KNZHRM).

Legende bij leven

In de zware stormnacht van 17 op 18 september 1935 maakte de Insulinde een tocht die van Toxopeus al bij leven een legende maakte. Samen met zijn bemanning redde Toxopeus twaalf opvarenden van het totaal wrak geslagen Duitse stoomschip Bramow. Toxopeus bracht de Insulinde daarvoor vijftien maal langszij. Na een helse tocht die achttien uur duurde bracht de reddingsbootbemanning de schipbreukelingen in Oostmahorn aan land.
Andere bijzondere reddingen betroffen de Nooit Volmaakt uit Zoutkamp (1928, 2 geredden), de Malmö uit Zweden (1928, 6 geredden), de Hagfors, eveneens uit Zweden (1928, 5 geredden), de Nobis uit Duitsland (1932, 14 geredden), de Alexa uit Finland (1933, 15 geredden), de Kai uit Denemarken (1941, 18 geredden) en de Satakunta uit Finland (1949, 10 geredden) (bron: KNZHRM).

Voor zijn moedig gedrag ontving Mees Toxopeus tal van hoge en uitzonderlijke onderscheidingen en dankbetuigingen uit alle oorden van de wereld. Op 31 oktober 1950, na 34 jaar trouwe dienst, droeg Mees ‘zijn’ Insulinde over aan zijn 18 jaar jongere broer Klaas, die al vanaf 1930 als stuurman bij hem had gevaren. Siep Zeeman was in 1964 de opvolger van de gebroeders Toxopsus op de Insulinde.